Blog

De andere kant...

Dagelijks geconfronteerd worden met de dood, dat is wat er in het leven van een uitvaartleider gaande is, zo ook bij mij. Maar ook voor mij kan het soms pijnlijk dichtbij komen. Afgelopen 25 augustus moest ik, met mijn familie, afscheid nemen van mijn eigen moeder. En dan is het regelen van een uitvaart opeens even andere koek. Vanuit de praktijk zeg ik met enige regelmaat dat er in iedere familie wel wat is… En eerlijk is eerlijk, het lijkt ook wel alsof de onderlinge verhoudingen binnen families de laatste jaren alleen maar gecompliceerder worden. Een uitdaging in het werk, maar lang niet altijd eenvoudig of prettig. Ook in mijn familie kunnen we inmiddels allang niet meer spreken van een standaard gezinssamenstelling, maar we mogen onszelf gelukkig prijzen dat de onderlinge verhoudingen heel goed op orde zijn. En zo konden we met het hele gezin op een prachtige manier afscheid nemen van de vrouw die 39 jaar lang moeder voor ons was. De altijd zorgzame en innig geliefde vrouw van mijn vader en oma van onze kinderen. De dood kwam snoeihard en in razend tempo dichtbij, ALS maakte van de altijd krachtige moeder een breekbare vrouw en wij met elkaar hebben 8 maanden moeten leven in de wetenschap dat haar overlijden dichterbij was dan dat ons lief was. Waar ik persoonlijk in het werk de structuur van het regelwerk rondom een uitvaart strak onder controle heb, merkte ik dat na haar overlijden ook ik “mens” was en mijn woorden en daden soms ook alle kanten op leken te gaan behalve de juiste. Achteraf boeiend om te zien, want het geeft een duidelijk inzicht in hoe het dus werkt bij een familie in rouw. Maar van de laatste momenten met haar in ons midden, tot aan de plechtigheid in de aula van het crematorium, ze waren allemaal waardevol. En wat een geluk heb ik dan dat ik mag rekenen op mijn professionele netwerk waar ik ook in het dagelijks werk steeds op terug kan vallen. Funeral Assist, Straver Mobility, de zorgzame medewerkers van crematorium Rhijnhof in Leiden, niet te vergeten mijn eigen medewerksters, Ben Uitvaartbloemist die mijn moeders bloemenwens op fantastische wijze heeft vertaald en Sandra Zeilstra die de uitvaart met prachtige foto’s voor ons heeft vastgelegd. Ik ben hen allen even dankbaar. Mijn moeder, haar zullen we moeten missen, maar alles rondom haar afscheid was uiteindelijk zoals het moest zijn… En ik ben trots dat ik zoveel vakkundige, professionele en zorgzame mensen om mij heen heb waar ik ook in de toekomst vol vertrouwen de begeleiding van een ieder die onze hulp inroept zal blijven voortzetten. Lidy, 1948-2021… De cirkel is rond.

Niks te klagen...

“Nou, jij zit wel lekker met je uitvaartbedrijf in deze coronatijd, lekker verdienen zeker?” Een bijna smakeloze opmerking die ik de laatste tijd regelmatig voor m’n voeten gegooid krijg. Smakeloos omdat er vaak toch weer een bepaalde ondertoon in zit waar ik redelijk gevoelig voor ben. Maar het zet je wel aan het denken. Steeds weer schiet ik bijna in de verdediging als ik deze opmerking hoor. Maar moet ik mij verdedigen voor het vak dat ik uitoefen? Ach, dat lijkt mij op zich niet maar… Bij de juistheid van de constatering van Jan en alleman wil ik toch graag even wat feitelijkheden toevoegen. Ik noem het juistheid, maar feit is dat het een absolute ONjuistheid is. Het klopt inderdaad, de dood is een steeds weer terugkerend feit bij een ieder om ons heen. Evenals geboren worden, sterven er altijd mensen. Er gaat geen dag voorbij zonder dat er mensen overlijden. Dat is nu zo en dat is altijd zo geweest. Ook in tijden van Corona overlijden er mensen. Hetzij aan altijd voorkomende doodsoorzaken maar nu natuurlijk ook aan Corona. Maar eerlijk is eerlijk. Een overgroot deel van de Corona-overlijdens vind plaats bij mensen die al een zwakkere gezondheid hadden en die dus als ze geen Corona hadden gekregen waarschijnlijk ook zouden zijn overleden aan de gevolgen van een normale griep, longontsteking, blaasontsteking of aan de kwaal waaraan zij al leden. Bagatelliseer ik dan de Coronacrisis? NEE, dat zeker niet maar om het zeer onterechte denken van mensen ten aanzien van mijn vak en Corona te ontkrachten denk ik dat het zaak is dat we wel reëel blijven. De cijfers vanaf 26 februari 2020 tot en met 6 oktober jl. leren ons dat in mijn werkgebied in totaal 35 personen zijn overleden aan de gevolgen van een (vermoedelijke) Corona infectie. (Kaag en Braassem 3 personen, Alphen aan den Rijn 26 personen, Nieuwkoop 6 personen. (Bron: RIVM)). In dit werkgebied zijn ongeveer 20 uitvaartondernemingen actief, wat dus inhoud dat iedere ondernemer gemiddeld door Corona 1,75 overlijden “meer” gehad zou hebben. Maar…er is nog wat anders aan de hand namelijk de aangescherpte maatregelen ter bestrijding van het virus. De door de overheid opgelegde maatregelen treffen veel branches en dus ook de uitvaartbranche. Zo zijn we in de afgelopen maanden geconfronteerd met regelgeving die ervoor zorgde dat de groepsgrootte tijdens een uitvaart behoorlijk werden ingeperkt, hebben we weken gehad waarin koffiekamers, catering, de nazit, enz. niet meer was toegestaan en zorgde de beperkingen ervoor dat condoleances (bijna) niet mogelijk waren. Het gevolg van deze regelgeving laat zich raden. Personeel dat werkzaam is in deze branche zit thuis, denk aan alle gastvrouwen en heren, die maar wat graag klaarstaan om families bij te staan in tijden van afscheid. Geen condoleance betekend immers geen werk, strakke en strenge regels betekenen dat gebouwen (deels ) leeg staan. De conclusie; de dood is en blijft een terugkerend feit, maar Corona zorgt absoluut niet voor een goudmijn voor uitvaartondernemers. Ook in onze branche is Corona een hoofdpijndossier. Alle ondernemers staan onverminderd graag voor families in rouw klaar en dat zal ook zeker zo blijven maar “lekker makkelijk geld verdienen” en “gouden tijden” dat is zeker niet aan de orde! Zijn wij zielig? Nee, dat zeker niet. We zijn telkens weer gedreven om families in moeilijke tijden te helpen, onveranderd als het aankomt op onze inzet. Maar moeilijk is het wel. Voor de hele branche, maar zeker voor hen die afscheid moeten nemen, verdriet willen delen en recht willen doen aan een overleden dierbare. Wij hopen op betere tijden. Stay safe and Stay Healthy. DK

Toegevoegde waarde

Toegevoegde waarde. In een wereld waarin het individu steeds meer terrein lijkt te winnen, stel je je soms weleens de vraag; Wat is de toegevoegde waarde van een uitvaartbegeleider? Omdat uitvaartleider zijn mijn beroep is, is deze vraag voor mij dagelijks relevant om te stellen. Immers wanneer ik de toegevoegde waarde van mijn werk niet meer zou zien zou het toch hoog tijd worden dat ik op zoek ga naar een andere dagbesteding. Gelukkig, ik kan mijzelf nog dagelijks overtuigen van de toegevoegde waarde van mijn beroep en gelukkig wordt ik ook door onze clientèle met grote regelmaat hiervan overtuigd. Onze toegevoegde waarde kan variëren van de kleine zaken, zoals eenvoudig praktisch regelwerk tot de meer beladen onderwerpen zoals het woorden geven aan gevoelens van verdriet en gemis wanneer je afscheid neemt van een dierbaar persoon. Wat het ook is, telkens weer geeft het een gevoel van voldoening wanneer wij op enige manier van toegevoegde waarde mogen zijn. Dat die toegevoegde waarde ook direct om te zetten is in klinkende munt werd mij zeer recent weer eens duidelijk. Met grote zorgvuldigheid stellen wij na de uitvaart de definitieve factuur samen en als wij facturen van derde partijen ontvangen, controleren wij uiteraard of deze rekening kloppen en kunnen worden doorberekend aan onze opdrachtgever. Maar het is niet alleen de controle van de factuur die van belang is, zo is ons recent wel gebleken. In opdracht van een jonge weduwnaar organiseerde wij voor hem en zijn familie en vrienden een redelijk grote condoleance bijeenkomst voor na de uitvaart van zijn vrouw. De opdrachtgever had aangegeven dat hij het fijn vond dat dit op een externe locatie zou plaatsvinden dus viel de keuze op een restaurant mooi gelegen aan het water. De afscheidsplechtigheid was indrukwekkend en nadat de laatste groet was gebracht vertrok het gehele gezelschap naar dit restaurant. De afspraak was een borrel en hapjes om het leven te vieren. Geen formele bijeenkomst maar een ieder liep door elkaar en er werden volop herinneringen gedeeld. Het betreffende restaurant bleek op dezelfde tijd als de besproken condoleance in een andere ruimte ( boven) nog een bijeenkomst te hebben in verband met de lancering van een nieuwe website van Alphen.nu. Wat men echter vergeten was, was om duidelijk aan te geven welke groep waar thuishoorde… Nu was het voor de mensen die de condoleance bezochten wel duidelijk dat die in de benedenzaal moesten zijn, maar de bezoekers van de andere bijeenkomst, liepen met enige regelmaat ook de benedenzaal in en kwamen zonder het te beseffen in de condoleance terecht. Uiteraard werden zij keurig bediend door het personeel en ontbrak het hen aan niets. Er werd volop wijn geschonken en de ongenode gasten aten heerlijk van de hapjes die hen werden voorgeschoteld. Diverse malen zagen wij tot onze verbazing dat er mensen, soms samen, soms met groepjes tegelijk lachend de zaal uitkwamen omdat ze uiteindelijk tot het besef waren gekomen dat ze zich aangesloten hadden bij de verkeerde groep en liepen zij met hapje en drankje de trap op om daar de bijeenkomst voort te zetten… Uiteraard hebben wij direct ons beklag gedaan bij het personeel van het restaurant en kregen wij de toezegging dat zij ons (en dus eigenlijk onze opdrachtgever) tegemoet zouden komen. Eind goed al goed zou je denken, maar helaas, de toezegging werd niet nagekomen, sterker nog nadat wij de rekening hadden ontvangen en reclameerde over het voorval werd met grote stelligheid ontkend dat een en ander was voorgevallen, wij werden voor leugenaar uitgemaakt en tevens kregen wij nog een aantal verwijten toegeworpen over de trage wijze van communiceren van onze kant. Blijkbaar is het betreffende restaurant niet in staat op korte termijn te schakelen en is het doorgeven van het soort hapjes 2 dagen voor de bijeenkomst een probleem. Van de restaurant eigenaar kregen wij geen enkele tegemoetkoming en (vervelender nog) excuses bleven ook uit. Uiteindelijk hebben wij besloten de factuur te betalen onder inhouding van een bedrag van 150 euro. Uiteraard onder luid gesputter van de restaurant eigenaar die tot slot nog wat kolen op het vuur gooide door ons mede te delen dat hij de incasso procedure uit handen gaat geven. Ruim 2.000 euro bedroeg de rekening. Het laatste woord is er nog niet over gesproken, maar onder mijn verantwoording komt er daar in dat restaurant aan de Rijn geen condoleance meer, jammer, heel jammer, want de locatie is mooi en de hapjes waren goed. Gelukkig kent Alphen aan den Rijn meer goede plaatsen om samen te komen na een uitvaart. En gelukkig zijn er bedrijven die wel in staat zijn een condoleance goed te faciliteren. Doodgaan kost geld, maar het moet wel reëel blijven. Wij waken ook over uw budget.

Hoe overleef je rouw?

Het woord ‘rouw’ klinkt soms heel beladen.  Voor omstanders, die vaak niet weten wat ze met iemand in de rouw aan moeten en er het liefst verre van blijven. En voor degenen in de rouw zelf, die vaak niet ‘anders en zielig’ willen zijn en hard hun best doen om ‘gewoon ‘door te leven. We hebben dan ook vaak het gevoel dat rouw iets is waar we maar niet te dicht bij in de buurt moeten komen. Toch is rouw niets anders dan intens verdriet om iemand of iets dat heel belangrijk voor je was. Niet iets bijzonders. Geen ziekte. Gewoon normale gevoelens van normale mensen die met een groot gemis in hun leven te maken krijgen. Een gemis dat altijd, net als je schaduw, bij je blijft. Een verlies dat je nooit kwijtraakt. Dat je alleen maar kunt ‘overleven’. En rouwen is het proces dat nodig is om te kúnnen overleven. Een proces dat heel veel energie, tijd en inspanning kan kosten. Rouwarbeid verrichten, noemen we dat. Maar hoe werkt dat dan? In het proces van een groot verlies overleven word je voor 4 taken gesteld. Taken die je niet netjes op een rijtje af kunt werken, af kunt vinken en verder gaan met de volgende. Vaak lopen ze door elkaar heen. Maar het is wel nodig om ze allemaal af te werken om uiteindelijk weer evenwichtig in het leven te staan. Manu Keirse, een vermaarde Belgische rouwtherapeut, legt het als volgt uit: De eerste taak waar je mee te maken krijgt is het onder ogen zien van de werkelijkheid van het verlies. In het begin weet je hoofd vaak wel wat er gebeurd is maar wil je hart en je lijf er nog niet aan. Daardoor kan alles nog heel onwerkelijk aanvoelen. Of denk je iemand nog te horen thuiskomen of op straat te zien lopen. Wat helpt is als er correcte uitleg gegeven wordt wat er gebeurd is bij bijvoorbeeld een onverwacht overlijden. Maar ook om iemand steeds weer het verhaal te laten vertellen wat er allemaal is gebeurd. Dat helpt om de puzzelstukjes op zijn plaats te laten vallen en de werkelijkheid ook werkelijkheid te laten worden. Geef tijd en ruimte om het verhaal te vertellen. Kom niet met oplossingen of goedbedoelde adviezen maar luister gewoon en wees met je aandacht bij de persoon tegenover je. De tweede taak is het ervaren van de pijn van het verlies. Verlies overleven zonder pijn te ervaren bestaat niet. Er komt een moment dat de pijn in volle hevigheid binnenkomt. Pijn die als pijnscheuten in je lijf voelbaar zijn en die als golven komen en gaan en oergeluiden uit je los kunnen maken. Je kunt last hebben van extreme vermoedheid, slecht slapen, geen eetlust of gebrekkige concentratie. Als mens zijn we er echter op gericht zoveel mogelijk pijn te vermijden. Je in werk storten of antidepressiva slikken lijkt vaak aantrekkelijk. Toch is alles wat je doet om de pijn te vermijden uiteindelijk het verlengen van het rouwproces. Deze taak uitvoeren is dan ook heel belangrijk om later het proces goed af te kunnen ronden. Het is dan ook helpend om het onderwerp van het verlies niet weg te wuiven of er overheen te praten. Durf het te blijven benoemen, noem iemands naam en geef ruimte voor het gesprek. Daarmee geef je de boodschap dat iemand er niet alleen mee hoeft te dealen. En dat het normale gevoelens van een normaal mens zijn. De derde taak is het aanpassen aan een wereld zonder de persoon die er niet meer is. Dat is een moeilijke opdracht. Want eigenlijk wíl je helemaal niet verder zonder die persoon. En toch zit er niets anders op als je jouw leven weer zin wilt geven. Je zult opnieuw je weg moeten zien te vinden zonder die belangrijke persoon. Dat verder leven zal met vallen en opstaan gaan. Je kunt het het ene moment fijn vinden om alleen in huis te rommelen en het volgende moment in tranen uitbarsten als  een klus die die ander altijd voor je deed, jou keer op keer niet lukt. Als naaste of omstander kun je ook hier het beste luisteren naar wat er speelt. Probeer te horen wat er níet gezegd wordt. De belangrijkste dingen worden namelijk meestal alleen maar tussen de regels door gezegd. Het is de kunst om die te horen en voorzichtig te benoemen.Daarnaast is het belangrijk dat degene in kwestie weet dat je er bent als er hulp nodig is. Dat doe je níet door te zeggen dat ze je altijd kunnen bellen. De meeste mensen vinden het heel moeilijk om hulp te vragen. Dat maakt dat ze zich zwak en zielig voelen. Vraag daarom zelf wat je voor iemand kunt doen en plan het gelijk samen in. Zodat het ook echt gebeurt. De vierde taak is het opnieuw leren genieten van het leven en de herinneringen levendig bewaren. Juist door de herinneringen te koesteren is degene die gemist wordt niet weg maar altijd dichtbij. Het helpt echter niet als je nooit meer praat over degene die er niet meer is. Het opnieuw proberen te genieten van het leven voelt vaak als een belangrijke stap. Omdat je het gevoel kunt hebben dat je degene die zo belangrijk voor je was loslaat. Maar rouwen heeft niets te maken met loslaten, maar alles met anders leren vasthouden. Hoe je dat doet is voor iedereen weer anders. Je kunt iemand daarbij helpen door de herinneringen te blijven ophalen. Misschien denk je dat dat alleen maar pijnlijk is omdat iemand dan weer aan de overleden persoon moet denken. Maar dat gebeurt toch wel. Door samen herinneringen op te halen laat je weten dat hij of zij er nog steeds toe doet, ook voor jou. En is de overleden persoon voor de anderen weer eventjes heel dichtbij.

De parel van de dag

Ze was nog maar in de zestig. En opeens bleek ze ongeneeslijk ziek. Gewoon zomaar. Niks meer aan te doen. Opeens stond de wereld stil. Stond alles stil. Want zomaar ineens moest ze afscheid nemen van haar baan en het vrijwilligerswerk dat ze met zoveel liefde deed. Loslaten wat zo belangrijk voor haar was. Al snel belande ze op bed en werd afhankelijk van de zorg van de mensen om haar heen. En waar veel mensen op haar leeftijd zouden vechten tegen hun lot en het onrechtvaardig zouden kunnen vinden dat ze nog zo jong was, accepteerde zij wat er op haar af kwam. Natuurlijk had ze liever langer willen genieten van haar man, kinderen en kleinkind. Had ze hem graag willen zien opgroeien tot de stoere puber die hij nu is. Maar ze accepteerde dat het blijkbaar haar tijd was. En genoot volop van alles wat er nog wél was: haar zus die voor haar ging zorgen, haar man en kinderen die zoveel mogelijk bij haar waren, de eerste verjaardag van haar kleinkind die bij haar op bed gevierd werd, het dagelijkse happy hour aan haar bed. Waarin zij met de mensen die haar lief waren genoot van een drankje en een hapje. En er, iedere dag weer, gesproken werd over ‘de parel van de dag’. Want met elkaar werd er bewust gekeken naar wat er die dag een parel was gebleken, hoe klein of hoe groot ook. En die werd benoemd. Om elkaar eraan te herinneren dat er niet alleen narigheid was maar er ook nog steeds heel veel moois te ontdekken viel. En ondanks het naderende afscheid was er zo de tijd om van elkaar te genieten en bewust stil te staan bij wat ze voor elkaar betekenden. Uit te spreken wat er nog gezegd moest worden. Dankbaar te zijn voor die kleine dingen die uiteindelijk zo onuitsprekelijk groot blijken te zijn. Als je zo met elkaar toe kunt leven naar het einde van het leven levert dat je, ondanks het afscheid, ontelbaar veel moois op: rust in je hoofd, liefde in je hart voor het leven en de mensen om je heen, een liefdevol levenseinde en mooie herinneringen die je nabestaanden hun leven lang zullen koesteren. Wat denk jij: zou jij je ook durven overgeven aan het onvermijdelijke om daarmee ruimte te maken voor een liefdevolle laatste levensfase? Of zou je willen blijven vechten tot het einde?

Een visioen van lange gewaden, blote voeten, vieze tenen en glimmende klankschalen

Degenen die een beetje thuis zijn in het onderwerp is het vast al opgevallen: er is op het moment veel te doen rondom sterven en de daarmee onlosmakelijk verbonden rouw. De gemiddelde lezer denkt bij dit onderwerp misschien al snel ‘nu even niet’. Tenslotte merk ik in de praktijk maar al te vaak dat praten over de dood niet echt hoog op het lijstje van geliefde onderwerpen staat. Als je de sfeer op een verjaardag wilt verpesten moet je vooral serieus over dát onderwerp beginnen. Tenzij je natuurlijk een verhaal uit de praktijk vertelt. Door de mystiek rondom de dood, in combinatie met de fascinatie voor dit onderwerp, gaat zo’n verhaal er altijd wel in. Veel aandachtsgebieden rondom sterven zijn op dit moment in beweging. Verpleegkundigen worden getraind op levenseinde-gesprekken. Er zijn pleidooien voor zorgverlof rondom sterven en meer aandacht voor palliatieve zorg.  De overheid lanceerde zelfs, bij monde van minister Hugo de Jonge, een hele campagne over dit onderwerp. Verder zijn er geluiden dat artsen beter opgeleid moeten worden om de laatste levensfase te begeleiden. Zodat de aandacht niet alleen gericht is op behandelen maar vooral op wat de patiënt nodig heeft als genezing níet meer mogelijk is. En misschien is dat dan wel eerder een goed glas wijn of alsnog trouwen met een grote liefde, dan nog een laatste onderzoek of experimentele chemokuur. Auteurs als Jeroen Terlingen en Chazia Mourali schreven boeken over gewenste bredere begeleiding rondom het sterfbed. Zelfs in de uitvaartwereld wordt gesproken over uitbreiding van de dienstverlening. Om niet alleen maar te focussen op dat ene moment van de uitvaart, maar op het héle proces rondom doodgaan. En over de rol die uitvaartbedrijven daarin zouden kunnen spelen. Een ontwikkeling die wij zelf al een aantal jaar geleden hebben onderkend én ingevoerd. De zorg rondom sterven is dus hot. En vanuit deze ontwikkeling ontstaat dan plotseling ‘de rouwdoula’. Voor ons eigenlijk een beetje oude wijn in nieuwe zakken. Ik moet toegeven dat het een stuk korter en krachtiger klinkt dan ‘laatste levensfase- en nabestaandenbegeleider’, zoals ik mezelf altijd noem. Ik heb dan ook best even getwijfeld of ik zelf ook deze titel zou gaan voeren. Tenslotte zie ik allerlei berichten verschijnen over dit ‘nieuwe beroep’. Er is bijvoorbeeld veel media-aandacht rondom het boek Rouwdoula van Patty Duijn, de, naar eigen zeggen, eerste rouwdoula van Nederland. Prompt dook ook in het oosten van het land plotseling een rouwdoula op in de krant. En ik zal eerlijk zeggen dat het me best aantrekkelijk leek om mee te liften op alle publiciteit rondom dit ‘nieuwe’ beroep. Tenslotte komt het de herkenbaarheid van deze dienstverleners, en daarmee de bekendheid bij de doelgroep, alleen maar ten goede. Maar ik kán het niet. En misschien wil ik het ook wel niet. Want bij het woord rouwdoula krijg ik spontaan een visioen van lange gewaden, blote voeten, vieze tenen en glimmende klankschalen. Toegegeven, dat is míjn interpretatie. De vertaling van het woord doula is ‘dienende vrouw’ en daar kan ik me eigenlijk prima in vinden. Maar tegelijk kleeft er voor mij iets alternatieverigs aan dit Griekse woord. Iets wat helemaal niet bij mij en mijn pragmatische instelling past. Uiteindelijk put ik uit jaren ervaring in de uitvaart- en financiële wereld, ben opgeleid tot rouw- en stervensbegeleider aan de Hogeschool voor de Geesteswetenschappen en het Landelijk Expertisecentrum Sterven en houd van aanpakken en eigen keuzes maken. Ook als het leven moeilijk wordt. Ja! Ik ben er helemaal vóór dat er goede begeleiding komt als je te horen krijgt dat de dood binnen afzienbare tijd voor de deur zal staan. Dat jij en je gezin terug kunnen vallen op één vast persoon die je helpt bij alles waar je dan mee te maken krijgt. Of dit nu is bij het bevatten van het vreselijke nieuws dat je hebt gekregen, bij het overzien en maken van moeilijke medische keuzes, bij het orde op zaken stellen van de financiën of administratie, bij de onderlinge communicatie, het organiseren van laatste wensen en uitvaart, bij het eigenlijke stervensproces of bij het verdergaan met je leven na een groot verlies. Want juist in een maatschappij waarin we al zoveel zélf uit moeten zoeken en regelen, is het fijn als je bij zo’n belangrijke periode in een mensenleven op een dergelijke steun en toeverlaat terug kunt vallen. En je het gevoel hebt dat je er niet alleen voor staat nu er zoveel op je af komt. Dus hoewel we wellicht hetzelfde werk doen, en onderlinge samenwerking mooi zou zijn, blijf ik mezelf lekker ‘laatste levensfase- en nabestaandenbegeleider’ noemen. Omdat dat nu eenmaal weergeeft wat ik doe: jou en je gezin begeleiden als de dood in zicht komt of wanneer je al een groot verlies geleden hebt. En daar verandert een mooie trendy term niets aan! Karin  

Je weet me te vinden hè

Hoewel social media ons wel eens anders laten geloven, is het leven niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Dat is iets wat in ons werk maar al te duidelijk wordt.  Het leven kent heel veel prachtige momenten. Momenten waar we, in de hectiek van het dagelijks leven, soms zomaar langsheen leven. Druk met de dagelijkse bezigheden en alles wat móet gebeuren. En ja, zelfs als je bijna dagelijks met de dood te maken hebt, overkomt dat je veel te vaak. Het is dus belangrijk om stil te staan bij de mooie dingen in het leven. En we weten allemaal vast wel dat dat niet persé die mooie loonsverhoging of nieuwe auto is. Nee, het mooie van het leven zit hem meestal in de dingen die we zo gewoon vinden: de arm om je schouder, de zon op je gezicht of de fluitende vogels in de bomen. Want zomaar, in een onbewaakt ogenblik, kan je leven er totaal anders uitzien. Blijkt de horizon van je leven dichterbij te zijn dan je dacht, moet je iemand missen waar je heel veel van hield of is het leven dat je leefde helemaal niet meer zo vanzelfsprekend. En tegelijk moeten we er niet verbaasd over zijn dat het leven ook nare dingen brengt. Zoals er geen dag is zonder nacht, geen eb zonder vloed en geen licht zonder donker, is er ook geen geluk zonder verdriet. En dat klinkt natuurlijk mooi poëtisch, maar je zult er maar mee te maken hebben… Dat de grond onder je voeten verdwijnt, je alleen maar duisternis ziet en je van narigheid niet weet waar je het zoeken moet. Dat je je in al je ellende totaal verlaten voelt. Wat ik dan altijd fascinerend vind is de reactie van de omstanders. Ik hoor het zo vaak in de gesprekken die ik met nabestaanden voer. Over de mensen die weten van de ellende en met je meeleven en de moeite nemen om een kaartje of een berichtje te sturen. Heel lief en zeker iets om te blijven doen! Maar laten we ons dan ook realiseren hoe het écht werkt als je met een groot verlies te maken hebt of als de dood dichtbij komt. Dat je thuis in je eentje misschien wel op de grond ligt te dweilen van ellende en niet weet hoe je hier doorheen komt. En of je ooit weer geluk zult ervaren. En je je, net als Remi, alleen op de wereld voelt maar niemand lastig wil vallen met jouw verdriet. Zeker niet de mensen die hun berichtje besluiten met: ‘je weet me te vinden hé’? Of: ‘als je me nodig hebt kun je altijd bellen’. Dat is net als wanneer je bijna verdrinkt en de mensen op de wal roepen dat je maar naar hen toe moet zwemmen. Dan trekken zij je er wel uit. Natuurlijk weten we nooit precies hoe die ander zich diep van binnen voelt, we zien tenslotte alleen maar de buitenkant. Die momenten waarop iemand met een groot gat in zijn of haar hart zich opgepept heeft om de wereld tegemoet te treden. De momenten waarop ze, netjes aangekleed en/of goed in de make-up, tóch naar die verjaardag gaan. Dat glas wijn drinken en lachen om een sterk verhaal. En dan lijkt het, voor wie niet verder kijkt, al gauw weer goed te gaan. En misschien is dat op dat moment ook zo.  Maar laten we ons er eens van bewust zijn dat wij inderdaad niet meer zien dat dát: een stukje buitenkant. Vraag eens hoe het écht gaat. Op een geschikt moment. En dat is niet direct boven de vleeswaren in de supermarkt. En realiseer je dan ook dat iemand, juist in het diepst van zijn ellende, helemaal geen kracht hééft om die eerste stap naar de ander toe te zetten. Laten we het daarom voortaan anders doen. Stuur dat kaartje of berichtje met je medeleven. Maar zet zélf de eerste stap en vraag of je iets voor de ander kunt doen. Of bréng die pan soep, gá langs en neem iemand op een mooie dag mee voor een wandeling. Kook een beetje extra en app dat je eigenlijk nét te veel gemaakt hebt en je graag nog een bord bij zet. Het maakt niet uit wat je doet maar zet zelf die eerste stap en laat het niet van de ander afhangen. En zullen we dan alsjeblieft NOOIT meer zeggen ‘je weet me te vinden hè’ Karin

'Ik heb te horen gekregen dat ik doodga. Maar tot die tijd leef ik'

Vandaag heeft minister Hugo de Jonge een nieuwe website gepubliceerd: www.overpalliatievezorg.nl. Door middel van deze website wil de overheid terminaal zieke patiënten op weg helpen met het moeilijkste gesprek dat er bestaat, dat over het levenseinde. De lancering van de website gaat gepaard met een voorlichtingscampagne voor het grote publiek om mensen te helpen het gesprek te voeren over hun naderende overlijden en de zorg die ze wensen. En dat gaat veel verder dan de keuze tussen wel of geen euthanasie. Het motto van de campagne is dan ook ‘Ik heb te horen gekregen dat ik doodga, maar tot die tijd leef ik.’ Want sterven gaat juist ook heel erg over léven. En wat je daarmee doet totdat je sterft. Een prachtig initiatief vind ik. Want dat levenseindegesprek is iets waar velen tegen aan hikken en het liefst voor zich uitschuiven. Oók nog mensen uit de zorg. Tenslotte zijn artsen opgeleid om mensen te helpen en beter te maken. En er is altijd nog wel weer een andere behandeling die geprobeerd kan worden. Een experimentele nieuwe mogelijkheid die veelbelovend lijkt. Of nog beter: waarbij je door er aan mee te doen toekomstige patiënten kunt helpen… Maar soms moeten zowel artsen als patiënten en hun familie accepteren dat er niets anders rest dan je voor te bereiden op het sterven. En juist in die voorbereiding is een wereld te winnen. Want in de periode dat je weet dat je niet meer beter wordt , komt er zóveel op je af. Wisselende emoties, veel vragen en zoeken naar: wat nu? In een tijd waarin individualisme belangrijk is, is het echter fijn om zelf aan het roer van je leven te blijven staan. Zélf keuzes te maken over wat je wel of juist niet wilt. Dat vraagt wel de moed om naar de situatie te durven kijken en er actief mee aan de slag te gaan. Moed ook om te onderzoeken wat voor jóu goed voelt, ook al denken anderen daar misschien net iets anders over. En de bereidheid je in de mogelijkheden te verdiepen. De website van het kabinet richt zich voornamelijk op informatie en keuzes rondom de medische kant van ongeneeslijk ziek zijn. Toch ben ik er voorstander van om breder te kijken. Als persoon ben je tenslotte veel meer dan alleen een (ziek) lichaam. Jouw leven beweegt zich altijd al tussen fysieke, emotionele, spirituele, praktische en administratieve aandachtsgebieden. En dat is als de dood dichterbij komt niet anders. Dat maakt dat ook de laatste levensfase niet alleen betrekking heeft op het medische, maar juist ook op het praktische en administratieve. Dat laatste speelt nooit de hoofdrol, maar het kan wel heel veel rust geven als er gekeken is of alles of administratief gebied goed geregeld en vastgelegd is. Zodat jouw overlijden geen, of zo min mogelijk, onoverkomelijke problemen veroorzaakt voor je nabestaanden. Daarnaast ben je ook onderdeel van een familie of een gemeenschap. En jouw ziekte en naderende overlijden hebben daar grote invloed op. Het is dan ook heel fijn als onderling bespreekbaar is waar ieders wensen én grenzen liggen. Zowel tijdens de periode van ziekzijn, als voor wat betreft de uitvaart. Niet alleen zodat er duidelijkheid is in de wensen, maar er ook ruimte is om met elkaar mooie gesprekken te voeren en uit te spreken wat er nog gezegd moet worden. Dat alles bij elkaar kan de laatste levensfase juist heel kostbaar en waardevol maken. De moeite waard om je voor in te zetten. Mocht je dit moeilijk vinden of op zoek zijn naar begeleiding, dan help ik je graag. Ook hoor ik graag hoe jij hier over denkt of welke ervaringen jij hiermee hebt. Karin

Help! Mijn uitvaartpolis is kwijt!

Kortgeleden was het nog in het nieuws: Bij de verschillende verzekeraars blijken er heel wat uitvaartpolissen niet geïnd te worden na overlijden. En dat is niet zo heel vreemd als je bedenkt dat de polissen soms al decennia geleden zijn afgesloten. Wij krijgen na een overlijden van de familie soms de mooiste polissen overhandigd, die we voor hen insturen aan de verzekeraars. Grote bladen vergeeld papier waarop met vulpen in zwierige letters de naam van de verzekerde, polisnummer, verzekerd bedrag en premie zijn ingevuld. Polissen opgemaakt in de eerste helft van de vorige eeuw met een waarde van vaak niet meer dan 100 of 200 gulden. Afgesloten bij maatschappijen die al lang zijn opgegaan in nieuwere, grotere verzekeraars. Ik vind het altijd een ontroerend idee dat deze polissen een leven lang zorgvuldig bewaard zijn. Tóen als document van grote waarde, nu niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat in de kosten van de uitvaart. Regelmatig blijkt dat er toch een polis bij een verzekeringsmaatschappij in de boeken staat die de familie niet in beeld heeft. Gelukkig is dit geen enkel probleem en betaalt de verzekeraar alle polissen uit die de verzekeringsnemer op naam van de verzekerde afgesloten had. Maar wat nu als je de polissen bent kwijtgeraakt? Of als nabestaande geen idee meer hebt wat er ooit door de overledene is afgesloten? Tenslotte kan er in de loop van de tijd heel wat gebeuren: brand in huis, verhuizingen, een keer te enthousiast opgeruimd. En als kind heb je ook niet altijd zicht op de administratieve handel en wandel van je ouders. Ten eerste: als je geen polis meer hebt maar wel weet bij welke maatschappij iemand verzekerd was, bijvoorbeeld aan de hand van een winstbrief of overige correspondentie, is dit geen enkel probleem. De verzekeringsmaatschappij zal gewoon de polis uitkeren onder overlegging van bijvoorbeeld de akte van overlijden, een legitimatiebewijs van degene die de uitkering ontvangt en eventueel een kopie van een rekeningafschrift waarop de uitkering overgemaakt moet worden. Als je echter het vermoeden hebt dat er wel een polis moet zijn maar je geen idee hebt waar die loopt, wordt het lastiger. Er bestaat helaas geen makkelijke database waarin je alle polissen, van zowel overledenen als jezelf, terug kunt vinden. Gelukkig bestaat er wel de mogelijkheid om via het Verbond van Verzekeraars navraag te laten doen. Je moet hiervoor wel eerst zelf actie ondernemen en pogingen doen de polis(sen) te achterhalen. Mocht dit niets opgeleverd hebben dan kan het Verbond van Verzekeraars onder haar leden navraag doen. Het hele proces kan zo’n 2 à 3 maanden duren en kent wel wat spelregels. Deze kun je hier lezen: https://www.vanatotzekerheid.nl/zoekpolis/ Na een overlijden hoef je dit gelukkig niet zelf te doen. Wij nemen met liefde het insturen en nazoeken van de polissen van je over. En weet je niet voor welke bedrag je eigenlijk verzekerd bent? Kom dan eens bij ons langs met de polissen die je hebt. Dan zoeken we graag voor je uit waar je op kunt rekenen bij overlijden!  

Je moet door hè...

Iemand verliezen doet pijn. Ook als we het zelf nog niet meegemaakt hebben, weten we dat wel. We kunnen onszelf er op zijn minst een voorstelling van maken: nooit meer Kerst samen vieren, niet meer even kunnen bellen of appen, geen nieuwe herinneringen meer maken samen. Het kost tijd om je leven weer op te pakken. Maar ja, je moet door hè…Nabestaanden zeggen het zelf ook vaak als ik in het gesprek na de uitvaart vraag hoe het met hen gaat. En ja het is waar, het leven gaat door. En of je wilt of niet, je zult daar in zekere zin in mee moeten. Als is het maar omdat de wereld om je heen gewoon doordraait. Je toch boodschappen in huis moet halen, ook als je geen trek hebt. De rekeningen betaald moeten worden, ook als je geen energie hebt om er voor te gaan zitten. Je op sommige momenten er toch niet onderuit komt je onder de mensen te begeven, ook al ben je doodsbang dat je in huilen uit gaat barsten. Toch heb ik het idee dat die uitdrukking ook een beetje een dooddoener is. Om maar in passend jargon te blijven. Want het is ook een bijzonder effectieve opmerking om niet te diep in te hoeven gaan op het verdriet dat je hebt. Je voorkomt er heel makkelijk verdere vragen van anderen mee die je emotioneel kunnen maken. Op de dagen dat je met lood in je schoenen naar de supermarkt gaat en het liefst zo snel mogelijk weer thuis bent zit je niet altijd te wachten op de goedbedoelde vragen en opmerkingen van bekenden. Daarnaast wil je natuurlijk anderen ook niet tot last zijn en hen opschepen met jouw verdriet. Zij kunnen je tenslotte tóch niet helpen… Toch merk ik dat het ook echt de overtuiging is die, zeker in de eerste tijd na een groot verlies, bij veel nabestaanden nog heerst. Je moet door hè….Als een mantra die, als je hem maar vaak genoeg  tegen jezelf of anderen zegt, de grootste pijn op afstand houdt. Maar doe je daarmee eigenlijk wel recht aan je verlies en je verdriet? Want hoewel de wereld om je heen gewoon doordraait, betekent dit niet dat jouw wereld niet even stil mag staan. Het betekent niet dat je door móet. Omdat je van jezelf vindt dat dat moet. Of omdat je denkt dat je omgeving dat van je verwacht. Kortgeleden vertelde iemand me dat hij, als hij voorgaat in een uitvaart, altijd het motto ‘terugkijken, stilstaan en verdergaan’ hanteert. En dat is ook precies de essentie van rouwen. Verder gaan kan pas echt als je ook de andere twee pijlers aandacht geeft. Als je ook terugkijkt op wat er geweest is en stilstaat bij het gemis dat er is. En wat dat voor jouw leven betekent. Al die aandachtsgebieden lopen door elkaar heen. Soms gaat het goed en heb je een dag voldoende energie om vooruit te kijken, soms kun je niet anders dan alleen maar voelen hoe groot het gemis is. En als dat voor jou betekent dat je wilt gillen en brullen van verdriet is dat ook goed. Voor rouwen zijn geen vaste regels. Iedereen ondergaat het verlies, de pijn en het gemis op zijn eigen manier. En dat is ook goed. Laat niemand je vertellen hoe jij met jouw verdriet om moet gaan. Jouw verdriet is van jou. Maar hou jezelf niet voor dat je door móet voordat je daar zelf aan toe bent.  

December

December…een maand waar velen tegenop zien. Inclusief wijzelf. Een maand waarin je van de ene activiteit in de andere rolt. Heb je net Sinterklaas gehad, moet je alweer op pad voor de kerstboom. En in de dagen voor Kerst wringen we ons met honderden tegelijk door de krappe paden van de supermarkt. Of verslijten onze schoenen in de zoektocht naar passende kerstcadeaus. Nog een geluk dat we tegenwoordig onze kerstwensen via Facebook of Whatsapp de wereld in kunnen slingeren, in plaats van die bewerkelijke kerstkaarten. En of het nu de hectiek van deze maand is of het sausje van familiegeluk dat over december lijkt te liggen, voor veel mensen zijn deze dagen een emotionele rollercoaster. Want waar je in iedere andere maand houvast hebt aan de dagelijkse structuur, doet deze maand een aanslag op je emotionele stabiliteit. De lichtjes en gezelligheid, de kerstmuziek die verhaalt van liefde en saamhorigheid en de nadruk die er ligt op het gezellig samenzijn, vertellen je ongemerkt steeds weer wat er volgens de tekstschrijvers en marketingmensen in overvloed zou moeten zijn: warmte en liefde. En juist dat kan zo ontzettend confronterend zijn. Omdat je weet dat het binnen de familie helemaal niet zo liefdevol aan toe gaat. Omdat je met de feestdagen niemand hebt om naartoe te gaan. Omdat je juist nu die ene persoon zo erg mist. Of omdat je weet dat dit de laatste keer is dat je de feestdagen zult beleven met die ene persoon die zo veel voor je betekent en je opziet tegen wat het nieuwe jaar zal brengen. Ook wij ervaren dit jaar lege plekken in onze familie. Heel lang hebben we niet alleen ouders gehad maar ook nog drie oma’s waar we op Nieuwjaarsdag op bezoek gingen. En ja, we hebben best wel eens gemopperd op de drukke dag die dit met zich meebracht na een, meestal, korte Oudejaarsnacht. Maar nu de laatste oma dit jaar is gestorven, is er ook een einde gekomen aan een traditie. En aan de contacten met familieleden waar juist de oma’s de verbindende factor in waren. We zullen ze dan ook alle drie missen dit jaar. Omdat we nog steeds van hen houden en graag nog even met hen hadden willen praten. Maar we zijn ons er ook van bewust dat er voor alles een tijd is. En juist daarom moeten we koesteren wat er nú is. Ook al doet de lege plek pijn of boezemt de toekomst ons angst in. Want alleen in het NU kunnen we opmerken wat er wél is en daar dankbaar voor zijn. En ja, daar moet je soms heel erg je best voor doen. En het kost kracht en energie om je bewust op het positieve te richten. Maar juist in de roller-coaster die december is, kan dát helpen om niet overspoeld te worden door het gemis dat je kunt ervaren. Nu het einde van de maand in zicht gaat komen, ben ik benieuwd hoe jij deze maand ervaart. Laat het me gerust weten. Karin      

De dood in het leven...

Gekscherend wordt er weleens gezegd; er zijn 2 dingen zeker in het leven. Dat je belasting moet betalen en dat je doodgaat. Het zal u niet verbazen dat het tweede aspect in deze blog centraal zal staan. Of in ieder geval; de dood zal onderdeel zijn van dit verhaal. Afgelopen zaterdag zat ik met mijn vrouw een kop koffie te drinken in een barista in Alphen aan den Rijn. Het was er lekker warm en de koffie, met pompoenbrood smaakte goed. Op tafel lag een krant van die dag en al bladerend door deze krant viel ons oog op een artikel met de titel: Mediation in zaak rouwcentrum. Natuurlijk trok dit artikel de aandacht. Ik ga even terug in de tijd 6 jaar geleden toen wij besloten om ons thuiskantoor om te ruilen voor een kantoor met opbaargelegenheid elders in het dorp. Het werd het voormalige Rabobank Kantoor. Vrijstaand weliswaar maar wel direct aangrenzend aan woonhuizen. We klopten bij de gemeente aan voor een vergunning en hadden contact met omwonenden. Alles ging van een leien dakje! Geen enkel bezwaar werd ingediend en wij waren de koning te rijk. Maar hoe anders gaat het in de meeste gevallen… Wanneer de dood in het leven wordt gebracht ontstaat er vaak een schrikreactie. Ik weet mij goed de hectiek te herinneren toen een collega ondernemer in Alphen aan den Rijn twee familie afscheidskamers wilde gaan exploiteren in een voormalig winkelpand. Spandoeken en boze buren waren het gevolg. Wanneer een ondernemer ergens in het land een crematorium wil bouwen steken steevast boze boeren, burgers en buitenlui de koppen bij elkaar om dit te voorkomen. En ja, ook nu weer in Alphen aan den Rijn. Ergens wordt (met goedkeuring van de gemeente) een kleinschalig uitvaartcentrum gevestigd, een centrum dat klaarblijkelijk past binnen het door de gemeente opgestelde bestemmingsplan… maar de buurt is in rep en roer! Boze buren, leuzen die op de stoep worden gekalkt, en ja het kan nog erger bewust storend gedrag tijdens een uitvaart. Ik schrik ervan als ik het lees. Het betreffende centrum is van een collega met wie ik zelden contact heb, maar ik weet het is kleinschalig. Hoeveel uitvaarten zullen er gehouden worden per jaar? 50? Misschien 100? Ik durf het niet te zeggen. Maar het zal echt geen lopende band werk zijn. Het bedrijf zit er slechts enkele maanden en omwonenden geven aan het echt niet meer aan te kunnen, het af en aanrijden van rouwauto’s is te belastend. Persoonlijk vind ik het een moeilijke kwestie. Meneer of mevrouw X klaagt steen en been over een rouwcentrum dat zich in zijn buurt vestigt, hij gaat naar de raad, kliedert leuzen op de stoep en zet bewust de radio op 10 als een familie in rouw afscheid komt nemen. Mevrouw Y wil gaan tot de hoogste rechter wanneer blijkt dat in haar straat een hospice huis gevestigd gaat worden. Redenen als emotionele belasting en natuurlijk parkeer overlast zullen worden aangegrepen. Maar wat nu als de 18 jarige dochter van meneer of mevrouw X overlijdt? Zouden zij er dan voor kiezen haar in de stilte van de nacht af te voeren naar een afgelegen plek, in de hoop dat niemand maar ziet dat de dood ook in het leven hoort? En hoe zouden zij reageren wanneer zij emotioneel om het verlies van hun kind over een stoep moeten lopen waarop staat geschreven: HIER GEEN ROUWCENTRUM!! Zouden zij dan wellicht denken, hoe kunnen mensen nu zeggen hier NIET??? Mijn verdriet is overal. En als dan die laatste gang gemaakt moet worden, hoe voelt het dan wanneer de buren van het rouwcentrum respectloos de radio op 10 zetten…alleen omdat ze het niet eens zijn met een keuze van de gemeente en een ondernemer… Kan de overleden dochter van meneer of mevrouw X en of meneer of mevrouw X zelf hier iets aan doen?? De overlast van een rouwcentrum is in de praktijk minimaal. Niet te vergelijken met bijvoorbeeld een timmerwerkplaats, discotheek of kolencentrale. De dood is nu eenmaal onderdeel van het leven. Eén van de twee zekerheden die je als mens hebt vanaf de geboorte! Is het leuk? Nee, maar heeft de levende er last van? Ieder mens heeft recht op een waardig afscheid! Ik garandeer u, de last voor de nabestaanden is vele malen zwaarder dan die van de omwonenden. Mijn collega Cees in Alphen aan den Rijn wens ik sterkte toe! Evenals de families voor wie hij zijn mooie vak mag uitvoeren.   DK

Jippie, een erfenis?!?

Het klinkt vaak zo mooi: je krijgt een erfenis! Maar los van het feit dat een erfenis altijd het gevolg is van een overlijden en daarmee van een gemis, is een erfenis soms helemaal niet zo simpel. Wanneer ben je nu eigenlijk erfgenaam? Eerst maar eens wat feiten op een rij. Als je in iemands testament met naam en toenaam genoemd bent als erfgenaam, kom je in aanmerking voor de erfenis. Maar als er geen testament gemaakt is en iemand overlijdt, dan treedt het Nederlands erfrecht in werking. En die kent 4 groepen: Partners (via huwelijk of geregistreerd partnerschap) en kinderen (via geboorte-akte en adoptiekinderen) Ouders, daarna broers en zussen. Grootouders, daarna ooms en tantes Overgrootouders, daarna oudooms en oudtantes De personen uit de eerste groep komen het eerst in aanmerking. Als een van de erfgenamen al overleden is, erven zijn of haar kinderen samen het erfdeel van hun overleden ouder. Als er in een groep geen familie meer is dan gaat de nalatenschap naar de personen in de volgende groep. En dan ben je erfgenaam. Bij een erfenis denk je al snel aan een mooie som geld, waardevolle spullen of misschien zelfs wel een huis. Maar kijk uit: een erfenis is lang niet altijd zo mooi als het lijkt! Want hoe weet je nu wat de erfenis precies inhoudt als iemand overlijdt? Achter de mooie voorgevel kan een huis wel ‘onder water’ staan. En aan de buitenkant kan het wel lijken of iemand het helemaal voor elkaar heeft, maar hoeveel schulden en onbetaalde rekeningen zijn er eigenlijk? Dat zijn dingen die pas duidelijk worden als je meer inzicht hebt in de administratie. En daar kom je meestal pas aan toe als de uitvaart geweest is. De erfenis wel of niet aanvaarden? Het is heel logisch dat je na een overlijden, zeker van een alleenstaand iemand, aan de slag gaat met het opruimen van zijn of haar spullen. De lopende rekeningen laat betalen, vast wat spullen op Marktplaats zet, of dat leuke schilderijtje wat je altijd zo leuk vond mee naar huis neemt. Maar pas op: voor de wet kan dit betekenen dat je daardoor de erfenis aanvaardt. Wees dus altijd voorzichtig met wat je na een overlijden al doet met de nalatenschap. Als je de erfenis aanvaardt (of je zo gedraagt), krijg je namelijk alle bezittingen maar óók alle schulden van de overleden persoon. En als deze meer bedragen dan de bezittingen, ben je zelf aansprakelijk voor de schulden. Deze moet je dan eventueel uit eigen zak betalen. Reden genoeg dus om goed te bekijken wát je nu eigenlijk aanvaardt. Als je de erfenis, om wat voor reden dan ook, liever niet hebt, heb je de mogelijkheid deze te verwerpen. En ben je voorzichtig en wil je liever eerst inzicht in wat de nalatenschap inhoudt? Dan kun je de erfenis altijd ‘beneficiair aanvaarden’. Hierbij ben je niet aansprakelijk voor de eventuele schulden maar mag je ook niets van de bezittingen hebben voordat je zeker weet dat alle schulden betaald zijn. Tijd om te beslissen Schuldeisers mogen 3 maanden lang de erfgenamen niet vragen om de schulden te betalen. Je kunt in deze periode dan ook rustig bekijken of je de erfenis wilt aanvaarden of niet. Een notaris kan je in deze periode helpen om te bepalen wat je moet doen. En ja, dat kost misschien geld, maar kan je ook behoeden voor de nare gevolgen van een erfenis. Volgende keer: Hoe gaat dat: een erfenis (beneficiair) aanvaarden of verwerpen?

Boomplantdag 2017

Sinds het begin van 2017 gaven we alle families waarvoor we een uitvaart mochten verzorgen bij het nagesprek een certificaat voor een Herinneringsboom van Natuurmonumenten cadeau.  Omdat we waarderen dat 'onze families' zoveel vertrouwen in ons hebben gesteld dat we hen bij mochten staan in een kwetsbare tijd in hun leven. Ook omdat we het een mooie gedachte vinden dat als er iets eindigt, er ook weer iets nieuws begint. Een gedachte die we terug zagen in de Herinneringsboom.  Daarnaast vonden we het mooi dat we iedereen ter nagedachtenis aan degene die hen zo dierbaar was, zo'n jonge boom aan konden bieden die hopelijk weer groot en sterk mag groeien in de komende jaren. En op 4 november gingen we zo met een groep nabestaanden naar Planken Wambuis, een bosgebied in Ede waar Natuurmonumenten dit jaar de door hen uitgegeven bomen plantte. Op een boomschijfje kon iedere familie een tekst naar keuze schrijven dat later aan de boom gehangen kon worden. Er was keuze uit twee boomsoorten: een eik of een lijsterbes. Veelal werd gekozen voor de eik, zoals voor de stoere papa die altijd zo groot en sterk was.  Ook voor de overledenen waarvan de nabestaanden niet aanwezig konden zijn werd een stevige eik geplant. Na afloop gingen we met elkaar naar een restaurant in de buurt waar we onder het genot van koffie, thee of warme chocolademelk met apfelstrudel en vanillesaus op konden warmen. Na een kort moment waarin we o.a. naar 'Herfst' uit de Vier Jaargetijden van Vivaldi luisterden en de namen van de overledenen noemden, was er gelegenheid om met elkaar en met ons bij te praten. Wij kijken terug op een mooie dag waarin zelfs het weer helemaal meewerkte! En heb je dit jaar geen boom van ons ontvangen? Helaas is Natuurmonumenten met de Herinneringsboom in deze opzet gestopt. We vinden dit heel jammer en zijn dan ook op zoek naar een passend alternatief.  Heb je een suggestie: laat het ons dan gerust weten!

Lijkenpikkers-Deel 2

Getriggerd door de negatieve aandacht rondom de uitvaartbranche heb ik mij vorige week laten verleiden tot het schrijven van een blog onder de titel “Lijkenpikkers”. Een pakkende titel blijkbaar want niet eerder is een door mij geschreven blog binnen de branche zo gretig opgepakt en door collega’s uit de branche op alle mogelijke manieren gedeeld. Aanleiding tot het schrijven van deze blog was een artikel rondom een nieuw boek van de “besparingskoningin” Marieke Henselmans dat was gepubliceerd in het AD. Mijn aanvankelijke oordeel was wellicht vernietigend te noemen en is in ieder geval door het lijdend voorwerp als dusdanig ervaren. Terecht? Of niet? Zoals aangegeven in de laatste blog heb ik het betreffende boek besteld en aandachtig bestudeerd. Mijn bevindingen…ach, laat ik niet te negatief worden in mijn blog… De uitvaartbranche waar momenteel ruim 1900 ondernemers in actief zijn, is een branche die volop in beweging is. Beweging, verandering, aanpassing, ieder doet dat op zijn of haar eigen manier. En een groot log apparaat in beweging brengen kost nu eenmaal meer tijd en moeite dan het in gang zetten van een kleine onderneming. Gelukkig, wij van Keur & Keur bevinden ons aan de goede kant. Een kleine flexibele organisatie die zich volledig richt op de belangen van overledenen en nabestaanden, waardoor we altijd werken aan het beste resultaat, meedenken met nabestaanden, ondersteuning bieden waar gevraagd en ook nog eens eerlijk zijn over prijzen, mogelijkheden en onmogelijkheden. Zelfs Henselmans lijkt zich in haar boek schoorvoetend te beseffen dat de keuze voor een kleine ondernemer vaak de juiste is. In hoofdstuk 3.2 schrijft zij: De zelfstandige uitvaartondernemer: dat is een ander verhaal. Hoe kleiner het bedrijf, des te blijer ze zijn met een klant. Het is in hun belang goed werk te leveren. Ze krijgen pas na de uitvaart betaald en zijn afhankelijk van mond-tot-mondreclame. En ze besluit met: De kans op oprechte dienstverlening is bij hen in elk geval groter. Wanneer je deze zinnen bekijkt in de context van het boek, moet het voor mevrouw Henselmans bijna een aderlating geweest zijn dit aan het papier toe te vertrouwen. Maar het moet gezegd, deze positiviteit is te vinden in haar schrijven. Ik ga de verdere inhoud van het boek niet bespreken. Mijn indruk is echter dat het één grote aanklacht is tegen de grote verzekeraars/uitvaarders, en dat één en ander een nogal eenzijdig kijk geeft op de uitvaartbranche. Helaas is het nu eenmaal zo dat negatieve verhalen (in welke branche dan ook) vaak meer aandacht krijgen dan positieve. En van dit principe is in het boek gretig gebruik gemaakt. De rode vlakken met ervaringen van “gedupeerde” doen pijn aan je ogen en in sommige gevallen ook pijn aan het hart. Het blijft een feit dat wanneer een familie geconfronteerd wordt met een niet goed georganiseerde uitvaart, een ongeïnteresseerde uitvaartleider, te hoge, onverwachte of onterechte kosten en niet welwillende verzekeraars, dit ALTIJD heel pijnlijk is. Maar… of het volledig zelf organiseren van de uitvaart, het op koopjesjacht gaan en het kopen van dit boek de oplossing is voor dit probleem…dat betwijfel ik.   Na mij door alle negativiteit van dit boek heen geworsteld te hebben kwam nog het vervolg, namelijk het werkboek! Laten we zeggen een veredelde wilsbeschikking, met zure bijsmaak. Henselmans doet met het werkboek veel goed, als je tussen alle zure bijzinnen doorleest komen er veel, heel veel handige onderwerpen naar voren die zeker de moeite waard zijn te overdenken en vast te leggen. Heeft het lezen van het boek en het doornemen van het werkboek mijn mening veranderd? NEE, geenszins! Laat je niet kisten door de commercie is in mijn beleving een opsomming van negativiteit, opgeklopte praktijk verhalen en halve waarheden, die de consument angstig maakt voor de uitvaartbranche. BANG VOOR DE UITVAARTONDERNEMER…., dat waren de mensen 50 jaar geleden. Gelukkig is de branche in beweging, die angst is echt niet meer nodig. Van de 1900 ondernemers in Nederland kan je naar alle waarschijnlijkheid met 1897 een heel goed gesprek voeren. Zij kennen de praktijk, werken met hart en ziel, staan open voor mooie ideeën van de families en beschikken over de kennis en vaardigheden deze ideeën op een goede manier samen met u ten uitvoer te brengen. En natuurlijk zullen zij ook met u meedenken als het op de kosten aankomt, want zeg nu eerlijk; ook de uitvaartondernemer is er niet bij gebaat als de rekening hoger uitvalt dan het bedrag dat betaald kan worden door de familie. En de tijd dat er aan iedere punt en komma verdient wordt, die ligt (gelukkig) ver achter ons! De uitvaartondernemer van nu ontzorgt, werkt graag samen met nabestaanden aan een uitvaart die passend is bij degene van wie afscheid genomen moet worden, staat open voor al uw ideeën en biedt ruimte aan nabestaanden zelf te regelen wat zij willen maar is tegelijkertijd het vangnet dat vaak zo hard nodig is. Mijn advies? BEL DIRECT EEN UITVAARTONDERNEMER!!! Bij voorkeur 1 waar u een goede ervaring mee hebt, of goede verhalen over hebt gehoord. En laat u niet bang maken door alle negatieve aandacht in de media. Vertrouw op uw gezonde verstand en handel in de geest van uw dierbare overledene.   NB. Benieuwd naar het boek en werkboek van Henselmans? U kunt het natuurlijk bestellen ISBN nummer 9490298085, maar ik adviseer u te kijken of u het ergens kunt lenen van iemand. Zo bespaart u toch snel weer een kleine 30 euro.